bloggum

De afgelopen jaren ben ik steeds meer gaan zien, voelen en herkennen dat we als mens nooit helemaal alleen zijn.
Niet alleen vanuit mijn eigen ervaringen, maar ook door mijn werk met mensen.
In mijn SoulSessies gebeurt het regelmatig dat een gids zich laat zien of voelbaar wordt. Soms heel duidelijk als een beeld. Soms als een aanwezigheid. Soms als een energie, een gevoel of een weten. Soms verschijnt er een gezicht of een vorm die iemand herkent. En soms is er helemaal geen beeld, maar is er wel een diepe ervaring van liefde, rust of aanwezigheid.
Ik vind dat nog steeds bijzonder.
Want hoe vaker ik ermee werk, hoe minder ik het eigenlijk als iets bijzonders ben gaan zien.
Steeds meer voelt het voor mij als iets wat er gewoon is.
Alsof gidsen niet opeens verschijnen wanneer wij toevallig een sessie doen, maar er eigenlijk altijd zijn.
Ze gaan niet even op vakantie.
Ze gaan niet naar het toilet.
Ze denken niet ineens: nou, ik ben je zat, zoek het vandaag zelf maar even uit.
En ze verdwijnen ook niet omdat jij een periode hebt waarin je totaal niet met spiritualiteit bezig bent.
Ze zijn er.
Ook wanneer jij ze niet ziet.
Ook wanneer jij ze niet voelt.
Ook wanneer jij niet aan ze denkt.
Ook wanneer je midden in een ingewikkeld stuk van je leven zit.
Dat is misschien wel een van de dingen die ik steeds dieper ben gaan begrijpen.
De verbinding is er niet alleen op de momenten waarop ik haar bewust ervaar.
Mijn bewustzijn ervan verandert.
Mijn vermogen om het te voelen verandert.
Mijn vermogen om het te ontvangen verandert.
Maar dat betekent niet automatisch dat de aanwezigheid zelf verandert.
En juist daardoor ben ik de afgelopen jaren steeds meer gaan voelen wat er onder die aanwezigheid ligt.
Liefde.
Een liefde die niet afhankelijk lijkt te zijn van hoe goed ik het doe.
Niet van hoe bewust ik ben.
Niet van hoe spiritueel ik ben.
Niet van de keuzes die ik maak.
Niet van de momenten waarop ik mezelf kwijt ben.
En misschien is dat precies waar deze vraag vandaan komt:
Weet jij wel hoeveel er van jou gehouden wordt?
Niet als een mooie spirituele uitspraak.
Maar als een vraag die ik mezelf steeds vaker stel omdat ik steeds meer begin te begrijpen hoeveel liefde er eigenlijk voortdurend aanwezig kan zijn. Zonder voorwaarde of jugdement!
Mijn eigen weg met mijn gids
Mijn eigen ervaring met mijn gids is allesbehalve rechtlijnig geweest.
Ik begon mijn gids steeds duidelijker te zien in een periode waarin ik contact had met iemand die heel goed en natuurlijk contact had met haar gids.
Door haar gezicht heen begon ik haar gids te zien en daarna ook mijn eigen gids.
Alsof haar ervaring iets in mij wakker maakte waardoor ik ineens kon herkennen wat er al was.
Want als ik eerlijk ben: daarvoor zag ik mijn gids ook al, maar ik had de taal er nog niet voor of kon het nog niet helemaal plaatsen.
Wanneer ik in de spiegel keek, zag ik soms door mijn eigen gezicht heen iets anders. Een aanwezigheid. Een energie. Iets wat niet helemaal van mij leek te zijn en tegelijkertijd ontzettend vertrouwd voelde.
Alleen kon ik het toen nog niet goed plaatsen.
Ik wist niet precies wat ik zag.
Ik wist niet goed wat ik voelde.
En ik wist al helemaal niet wat ik ermee moest. Dit zag ik ook door andere mensen heen in contact en dit werd dan ook voelbaar in dat contact, waardoor mensen zelf ook ineens contact konden maken met dit liefdesveld, wat niet door mij kwam maar juist door de gidsen.
Langzaam begon ik steeds beter te begrijpen wat deze energieën voor mij betekenden.
Niet doordat ik ineens alle antwoorden kreeg, maar doordat ik steeds verfijnder leerde voelen.
Ik kon steeds beter onderscheiden wat vanuit mijn eigen menselijke systeem kwam en wat ik als een andere, liefdevolle aanwezigheid ervoer.
En hoe beter ik het kon herkennen, hoe dieper ik het ook kon ontvangen.
Dat voelt heerlijk.
Rustig.
Zacht.
Alsof er iets in mij ontspant wat niet hoeft te vechten, niets hoeft te bewijzen en nergens naartoe hoeft.
Een soort thuiskomen.
Maar dat betekent niet dat ik me daar altijd bewust van ben.
Integendeel.
Juist wanneer ik zelf door een onverwerkt stuk heen ga, kan ik compleet vergeten dat ik een gids heb die van mij houdt.
Dan zit ik midden in mijn menselijke ervaring.
Dan voel ik informatie die ik eigenlijk liever niet wil voelen.
Dan komt oude pijn omhoog.
Dan ben ik bang, verdrietig of boos.
Dan ben ik hard aan het vechten om mezelf staande te houden.
Dan ben ik gewoon mens.
En misschien is dat wel precies wat zo belangrijk is om te beseffen.
Mijn gids verdwijnt niet omdat ik hem niet voel.
Mijn verbinding met die aanwezigheid wordt niet verbroken omdat ik een dag, een week of misschien wel een langere periode helemaal opga in mijn eigen menselijke verhaal.
Ik ben haar simpelweg niet bewust.
Net zoals de zon niet verdwijnt omdat ik mijn gordijnen dichtdoe.
Gidsen kunnen veranderen
Ik geloof ook dat gidsen niet per se je hele leven dezelfde blijven.
Niet omdat de ene gids je zat wordt.
Maar omdat jij als mens verandert.
Je kijkt andere thema's aan.
Je ontwikkelt je.
Je wordt je bewust van andere lagen.
Je gaat misschien dieper in jezelf en daardoor ook dieper in je ziel.
En soms voelt het alsof er dan een andere gids naar voren komt die beter aansluit bij waar jij op dat moment bent.
Ook dat heb ik zelf ervaren.
En achteraf kan ik zien hoe precies passend sommige ontmoetingen met mijn gidsen zijn geweest.
Soms had ik iemand nodig die mij hielp openen, die mij hielp voelen, of die mij juist terugbracht naar de aarde. En zo heb ik al verschillende gidsen gehad waaronder ook overleden mensen.
Misschien zijn gidsen voor mij daarom niet zozeer vaste figuren die ons hele leven hetzelfde blijven begeleiden, maar liefdevolle vormen van bewustzijn die aansluiten bij waar wij ons op dat moment bevinden.
En toch blijft daaronder iets hetzelfde:
de liefde.
Mijn periode als ‘zweefteef’
Ik heb ook een periode gehad waarin ik mezelf behoorlijk verloor in het spirituele.
Ik had echte ervaringen. Ik wist bijvoorbeeld dat ik een vorig leven als een soort Indiaan had ervaren. Maar in plaats van die ervaring gewoon te laten zijn, maakte ik er steeds meer een verhaal omheen.
Ik wilde de spirituele opsmuk.
Ik wilde het bijzondere.
Ik wilde voelen dat ik anders was.
Dus toen ik op een gegeven moment contact probeerde te maken met mijn gids, had mijn ego daar ook een prachtig beeld bij.
Ik verwachtte eigenlijk een indrukwekkende, mooie Indiaanse verschijning.
Je begrijpt misschien mijn teleurstelling toen er een heel andere man verscheen.
Een beetje een aardse oom.
En in mijn beleving stond hij daar zelfs met een slagersmes.
Wat een domper.
Mijn ego had toch echt iets anders besteld.
Maar achteraf begrijp ik hoe precies dit was wat ik nodig had.
Deze gids bracht mij niet verder weg van het aardse, maar juist terug naar de aarde.
Terug naar mijn lichaam.
Terug naar het gewone menselijke leven ipv het verhaal aanhangen en dus verdwijnen uit het NU.
Hij hielp mij juist om minder bezig te zijn met spirituele verhalen en meer met werkelijk aanwezig zijn.
Ik hoefde niet omhoog.
Ik hoefde niet uit mijn lichaam.
Ik hoefde niet nóg spiritueler te worden.
Ik mocht juist afdalen.
Naar mijn lichaam.
Naar mijn gevoel.
Naar mijn emoties.
Naar mijn verlangens.
Naar mijn grenzen.
Naar mijn kwetsbaarheid.
Naar het volledige menselijke leven.
Ik denk dat daar voor mij een belangrijk verschil zit tussen spiritualiteit en werkelijk incarneren.
We zijn al ziel.
We hoeven geen ziel te worden.
Maar werkelijk incarneren betekent voor mij dat je die ziel steeds meer door je menselijke bestaan heen laat leven.
Dat je je lichaam werkelijk gaat bewonen.
Dat je niet alleen begrijpt wat er gebeurt, maar het ook durft te voelen.
Dat je aanwezig kunt zijn bij verdriet, boosheid, verlangen, liefde, angst en vreugde.
Dat je steeds meer jezelf wordt.
Niet door jezelf te overstijgen.
Maar door jezelf volledig te bewonen. En hoe dieper je dan in de ziel aankomt, hoe minder je verhalen nodig hebt en je steeds sneller door alles heen kan gaan wat enorm bevrijdend is en ook rust geeft. Eigenlijk is het misschien wel zo dat je zielenlichaam samenkomt met je mensenlichaam op aarde en is dat werkelijk incarneren. En meestal hebben we daar diepe pijnen voor nodig om dat te voelen of om onszelf te voelen om nog dichter bij onszelf te komen.
Wanneer verdriet alles overneemt
Ken je die momenten waarop je zo verdrietig bent dat je niet meer weet hoe je je tot de wereld moet verhouden?
De wereld gaat gewoon door.
Mensen lachen.
Ze werken.
Ze maken plannen.
Ze praten over dingen die ineens totaal onbelangrijk voelen.
Terwijl er in jouw binnenwereld iets compleet veranderd is.
Verdriet kan zo diep gaan dat je het gevoel krijgt dat niemand werkelijk bij je kan komen.
Niet omdat mensen niet van je houden.
Maar omdat sommige pijnlagen zo persoonlijk zijn dat niemand ze precies kan voelen zoals jij ze voelt.
Ook daarin heb ik mijn gids ervaren.
Op momenten van intens verdriet heb ik mijn gids gezien en gevoeld.
En wat mij raakte, was niet dat mijn verdriet verdween.
Mijn pijn werd niet weggehaald.
Ik kreeg geen magische oplossing.
Maar ik voelde:
ik hoef dit niet alleen te dragen.
Het voelde als:
Ik zie je.
Voel maar.
Je hoeft dit niet alleen te doen.
En misschien is dat wel iets heel anders dan dat iemand je pijn wegneemt.
Sommige dingen moeten we als mens gewoon doorvoelen.
Maar gedragen worden terwijl je het voelt, is iets anders dan het alleen moeten dragen.
Op de begrafenis van mijn oma
Een andere ervaring die veel met mij heeft gedaan, was tijdens de begrafenis van mijn oma (moeder van mijn moeder).
Daar kreeg ik heel sterk het beeld en gevoel dat iedereen op die begraafplaats een gids bij zich had.
Ik kan natuurlijk niet zeggen dat dit objectief zo is.
Dit was mijn ervaring.
Maar het voelde ontzettend werkelijk.
En vooral bij mijn vader raakte het mij diep.
Ik kon voelen dat hij zijn eigen verdriet mocht dragen om het verlies van mijn moeder wat tijdens deze begrafenis werd opgerakeld, en dat er tegelijkertijd iets of iemand naast hem was.
Zijn gids.
Het gaf mij een enorme rust.
Alsof ik ineens wist:
Hij is niet alleen hierin.
Dat hoefde zijn verdriet niet kleiner te maken.
Maar ik hoefde het ook niet voor hem te dragen.
En vervolgens kreeg ik ook een heel ander perspectief op mijn oma.
Alsof ik haar vanuit een andere laag van bewustzijn kon ervaren terwijl haar eigen afscheid hier op aarde plaatsvond.
Ik zag haar als het ware meekijken.
Niet vanuit het verdriet dat wij als nabestaanden voelden, maar vanuit een veel groter perspectief.
Ze kon zien wie er gekomen waren.
Wie verdriet had.
Wie van haar hield.
Welke levens ze had geraakt.
En ze was niet alleen.
In mijn ervaring was ook daar begeleiding, liefde en een soort thuiskomen.
Het raakte iets heel dieps in mij.
Het gaf mij het gevoel dat liefde misschien niet eindigt wanneer een lichaam sterft.
Dat de vorm kan veranderen, maar dat liefde niet zomaar verdwijnt.
In mijn sessies zie ik steeds opnieuw hetzelfde thema
Misschien is dat ook waarom het werken met gidsen in mijn SoulSessies zo bijzonder voor mij is geworden.
Steeds opnieuw zie ik hoe verschillend mensen hun ervaring kunnen hebben.
De één ziet een gids heel duidelijk.
De ander voelt alleen een aanwezigheid.
Iemand anders krijgt een beeld dat totaal onverwacht is.
Weer iemand anders voelt vooral een diepe rust of liefde.
En soms gebeurt er helemaal niets wat iemand bewust kan benoemen.
Maar ook dan geloof ik niet dat er niets is.
We zijn als mens zo gewend geraakt om iets pas echt te vinden wanneer we het kunnen zien, begrijpen of bewijzen.
Terwijl er zoveel is wat we niet bewust waarnemen en toch werkelijk ervaren.
Voor mij zijn gidsen geen antwoordmachines.
Ze bepalen niet wat er in jouw leven moet gebeuren.
Ze zijn er niet om je menselijke proces van je over te nemen.
Ze zijn voor mij eerder een liefdevolle aanwezigheid naast je.
Niet vóór jou.
Niet boven jou.
Maar naast jou.
En misschien is dat precies waarom hun aanwezigheid zo mooi kan zijn.
Omdat je uiteindelijk nog steeds zelf je leven leeft.
Zelf voelt.
Zelf kiest.
Zelf groeit.
Zelf incarneert.
Wat gebeurt er wanneer we werkelijk incarneren?
Misschien is dit voor mij wel de grootste les geweest.
Spiritualiteit is niet bedoeld om te ontsnappen aan het menselijke.
Je hoeft niet boven je emoties uit te stijgen.
Je hoeft niet altijd positief te zijn.
Je hoeft niet alles te begrijpen.
Je hoeft niet verlicht te worden zodat je geen pijn meer voelt.
Juist door bewust te worden van onze patronen kunnen we steeds meer thuiskomen in onszelf.
We ontdekken waar we onszelf beschermen.
Waar we bang zijn.
Waar we ons klein maken.
Waar we ons aanpassen.
Waar we vechten.
Waar we controle proberen te houden.
Waar oude overtuigingen nog bepalen hoe we onszelf en anderen ervaren.
En iedere keer wanneer zo'n patroon zichtbaar wordt en je niet automatisch vanuit die oude pijn hoeft te handelen, ontstaat er iets nieuws.
Niet omdat het patroon er nooit meer zal zijn.
Maar omdat jij er bewuster bij aanwezig kunt blijven.
Je kunt voelen:
Ah... dit is mijn angst.
Dit is mijn oude pijn.
Dit is het deel van mij dat zich wil beschermen.
En tegelijkertijd:
Ik ben er nog.
Ik kan blijven voelen.
Ik hoef mezelf niet te verlaten.
Voor mij is dat steeds meer incarneren.
Steeds meer van jezelf bewonen.
Niet uit je lichaam.
Niet uit je emoties.
Niet uit het menselijke.
Maar er steeds dieper ín.
En dan kom ik steeds terug bij die ene vraag
Misschien is dat uiteindelijk wat mijn ervaringen met mijn gidsen mij steeds opnieuw laten zien.
Niet dat ik bijzondere dingen moet kunnen.
Niet dat ik altijd contact moet hebben.
Niet dat ik altijd moet weten wie er bij mij is.
Maar dat er een liefde kan zijn die veel groter is dan mijn menselijke bewustzijn op ieder moment kan bevatten.
Een liefde die niet afhankelijk lijkt te zijn van hoe goed ik het doe.
Niet van hoe bewust ik ben.
Niet van hoe spiritueel ik ben.
Niet van de keuzes die ik maak.
Niet van de momenten waarop ik mezelf kwijt ben.
En misschien is dat precies waarom ik steeds opnieuw bij deze vraag uitkom:
Weet jij wel hoeveel er van jou gehouden wordt?
Want we zijn zo gewend geraakt aan liefde met voorwaarden.
Als ik lief ben.
Als ik het goed doe.
Als ik sterk ben.
Als ik zorg voor anderen.
Als ik niet lastig ben.
Als ik succesvol ben.
Als ik mijn emoties onder controle heb.
Als ik genoeg aan mezelf werk.
Dan ben ik liefde waard.
Maar wat als dat helemaal niet zo is?
Wat als je niets hoeft te bewijzen?
Wat als je niet eerst een betere versie van jezelf hoeft te worden?
Wat als je ook geliefd bent wanneer je terugvalt?
Wanneer je boos bent?
Wanneer je bang bent?
Wanneer je jezelf even kwijt bent?
Wanneer je midden in een oud patroon zit?
Wanneer je niet spiritueel bent?
Wanneer je niets voelt?
Wanneer je niet weet hoe je verder moet?
Wat als liefde niet wacht totdat jij ‘ver genoeg’ bent?
Misschien hoef je het niet eens te voelen
Misschien hoef je je gids helemaal niet te zien.
Misschien hoef je geen boodschappen te krijgen.
Misschien hoef je geen bijzondere ervaringen te hebben.
Misschien hoef je zelfs niet in gidsen te geloven.
Maar misschien kun je wel heel even stilstaan bij deze mogelijkheid:
Wat als er meer van mij gehouden wordt dan ik ooit heb kunnen bevatten?
Wat als ik niet alles alleen hoef te dragen?
Wat als mijn pijn mij niet minder waard maakt?
Wat als mijn patronen mij niet minder geliefd maken?
Wat als ik gewoon mens mag zijn?
Met mijn lichaam.
Met mijn emoties.
Met mijn angst.
Met mijn verlangens.
Met mijn boosheid.
Met mijn verdriet.
Met mijn vreugde.
Met alles wat ik nog aan het leren ben.
En misschien mag ik steeds opnieuw ontdekken dat de liefde niet verdwijnt wanneer ik haar even niet kan voelen.
Dat is misschien wel een van de mooiste dingen die mijn ervaringen met mijn gidsen mij hebben geleerd.
Ik hoef niet altijd verbonden te zijn om gedragen te worden.
Ik hoef niet altijd bewust te zijn om geliefd te zijn.
Ik hoef niet altijd te weten waar ik ben om niet alleen te zijn.
En misschien geldt dat ook voor jou.
Dus ik wil je vandaag niet vragen:
Heb jij contact met je gids?
Ik wil je iets anders vragen.
Weet jij wel hoeveel er van jou gehouden wordt?
Ook als je het niet ziet.
Ook als je het niet voelt.
Ook als je het even vergeten bent.
Ook als je midden in je pijn zit.
Ook als je heel hard aan het vechten bent om jezelf staande te houden.
Ook dan.
Er wordt van jou gehouden.
Misschien veel meer dan je menselijke bewustzijn op dit moment kan bevatten.
En misschien had jij het net even nodig om dit te lezen! Dan is deze helemaal voor jou!

Gisteren gebeurde er iets wat mij diep raakte.
Ik zat in mijn auto en ineens was daar, heel sterk en zonder enige aanleiding, de gedachte:
Ik moet mijn moeder en mijn tweelingzus even bellen.
Het was geen bewuste gedachte.
Het was meer een impuls.
Een gevoel.
Zo vanzelfsprekend en zo vertrouwd dat het voor een fractie van een seconde voelde alsof het de normaalste zaak van de wereld was.
Totdat mijn hoofd zich ermee bemoeide.
Mijn zus is al meer dan twintig jaar geleden overleden.
Mijn moeder is inmiddels bijna drie jaar dood.
Ik kan ze niet bellen.
En toch…
In dat ene moment waren ze er.
Niet fysiek, natuurlijk.
Maar de ervaring was zo werkelijk.
Zo dichtbij.
Alsof mijn systeem even vergeten was dat zij er niet meer zijn.
Of misschien wist mijn lichaam iets wat mijn hoofd niet kon begrijpen.
Ik voelde ze.
Ik wist dat ze er waren.
En misschien nog wel het meest bijzondere: ik kon ze bijna ruiken.
Misschien is het goed om hierbij te zeggen dat ik mijn moeder en mijn zus vaker bij me voel.
Soms voelt het alsof ze vanuit de wereld van mijn gidsen even dichtbij komen. Alsof ze me begeleiden of mij op een bepaalde manier laten weten dat ik niet alleen ben.
Maar wat ik daar in mijn auto voelde, was anders.
Dit ging niet over hen als gidsen.
Dit voelde anders. Veel aardser en tegelijkertijd diep verbonden met mijn oorsprong.
Het was alsof ik niet alleen mijn moeder en mijn zus als afzonderlijke zielen voelde, maar alsof ik heel even opnieuw de verbinding voelde met mijn familie van herkomst.
Met het systeem waaruit ik ben voortgekomen.
Met mijn moeder.
Met mijn tweelingzus.
En met mijn eigen plek daartussen.
En terwijl ik daar nu op terugkijk, besef ik dat het misschien niet alleen ging over hen missen.
Het ging ook over iets veel groters.
Heel even voelde het alsof mijn oorspronkelijke gezin weer compleet was.
Mijn moeder.
Mijn tweelingzus.
En ik.
Het gebeurde allemaal in een seconde.
Een moment waarop verleden en heden even door elkaar heen leken te lopen. Een moment dat tegelijkertijd vreemd, bijzonder, verdrietig en prachtig was.
Ik voelde blijdschap omdat het even voelde alsof we weer samen waren.
En verdriet, omdat ik ze daarna opnieuw moest missen.
Herkomst laat zich soms onverwacht voelen
De afgelopen tijd ben ik intensief bezig met mijn eigen familiesysteem en mijn herkomst. Hierdoor word ik steeds opnieuw uitgenodigd om te kijken naar waar ik vandaan kom.
Naar mijn plek.
Naar de mensen die mij voorgingen.
Naar dat wat misschien nooit is uitgesproken, maar wel voelbaar is gebleven.
En misschien is dat wel waarom dit moment ineens ontstond.
Want wanneer we ons verdiepen in ons familiesysteem, kijken we niet alleen naar onze ouders, broers en zussen zoals we hen bewust hebben gekend. We kijken naar een veel groter geheel.
Wij komen ergens vandaan.
We dragen verhalen met ons mee.
Liefde.
Verdriet.
Verlies.
Kracht.
Patronen.
Herinneringen.
Soms weten we met ons hoofd niet eens meer precies waar iets vandaan komt, maar ons lichaam lijkt het wel te weten.
Alles is er nog
Ik geloof steeds meer dat niets zomaar verdwijnt.
Misschien verandert de vorm, maar dat wat geweest is, blijft op een bepaalde manier aanwezig.
De mensen van wie we houden laten iets achter.
In onze herinneringen.
In ons lichaam.
In onze woorden.
In de manier waarop we naar onze kinderen kijken.
In de keuzes die we maken.
En soms ineens in een geur.
Een liedje.
Een bepaalde blik.
Of in een onverwachte gedachte terwijl je alleen in de auto zit.
Ik moet mijn moeder en mijn zus even bellen.
Wat mij zo raakte aan dit moment, was dat er geen tijd tussen zat.
Mijn zus was niet ineens twintig jaar geleden overleden.
Mijn moeder was niet bijna drie jaar weg.
In dat ene moment was de afstand verdwenen.
Ze waren er gewoon.
En tegelijkertijd waren ze er niet.
Misschien is dat ook waarom ik zoveel verschillende gevoelens tegelijk voelde.
Blijdschap en verdriet.
Liefde en gemis.
Verbinding en afscheid.
Meer dan wat we kunnen zien
Ik kan niet bewijzen wat er op dat moment gebeurde en die behoefte voel ik ook niet.
Misschien was het een herinnering die vanuit mijn onderbewuste omhoogkwam.
Misschien omdat ik momenteel zo intensief bezig ben met mijn herkomst en mijn familiesysteem.
Misschien reageerde mijn lichaam op iets wat mijn hoofd niet bewust had opgemerkt.
En misschien hoeft niet alles verklaard te worden.
Ik denk dat we soms zo snel proberen om een ervaring te begrijpen, terwijl sommige momenten vooral gevoeld mogen worden.
Voor mij voelde het alsof de grens tussen toen en nu heel even wegviel.
Alsof mijn moeder en mijn zus, ondanks dat ze niet meer fysiek bij mij zijn, nog steeds onderdeel zijn van mijn leven.
Van wie ik ben.
Van waar ik vandaan kom.
Van mijn verhaal.
En misschien is dat ook wel wat herkomst voor mij betekent.
Dat we niet losstaan.
Niet van de mensen die vóór ons kwamen.
Niet van de mensen die we hebben verloren.
Niet van de verhalen die ons gevormd hebben.
We dragen onze geschiedenis met ons mee.
Niet om erin gevangen te blijven.
Maar om te erkennen waar we vandaan komen.
Mijn plek, hun plek
Mijn moeder heeft haar plek.
Mijn zus heeft haar plek.
Ook al zijn ze niet meer fysiek hier
En ik heb mijn plek.
Hier.
In dit leven.
Op dit moment.
Misschien is dat wel één van de mooiste dingen die ik leer door mij te verdiepen in familiesystemen: dat liefde en verbondenheid niet betekenen dat je iemand vast moet houden.
Soms is liefde juist kunnen zeggen:
Ik zie jou.
Jij hoort erbij.
Jij hebt jouw plek.
En ik heb de mijne.
Ik hoef mijn moeder en mijn zus niet los te laten.
Ik hoef ook niet te doen alsof hun fysieke afwezigheid geen pijn doet.
Ze horen bij mijn verhaal.
En misschien mogen ze er soms gewoon even zijn.
In een herinnering.
In een geur.
In een gevoel.
Of in die ene seconde waarin ik ineens dacht dat ik ze even moest bellen.
Een gedachte die helemaal niet meer mogelijk was.
Maar die tegelijkertijd liet voelen dat liefde zich misschien niet altijd houdt aan de grenzen die wij met ons hoofd zo goed denken te begrijpen.
En terwijl ik daar in mijn auto zat, voelde ik het allemaal.
Het verdriet.
De liefde.
Het gemis.
De blijdschap.
En vooral de verbinding.
Alles tegelijk.
Misschien is dat wat het betekent wanneer we werkelijk durven kijken naar onze herkomst.
Dat we gaan beseffen dat we onderdeel zijn van iets veel groters.
Dat alles wat er geweest is, op een bepaalde manier nog steeds doorwerkt.
Niet om ons vast te houden in het verleden.
Maar om ons te herinneren aan waar we vandaan komen.
En misschien zelfs aan wie er, op een bepaalde manier, nog altijd met ons meereist.
Terwijl ik dit schrijf, voel ik de tranen achter mijn ogen.
Ik merk hoeveel het me raakt.
Misschien omdat ik nu pas werkelijk begin te begrijpen wat dat ene moment mij liet voelen.
Het was lang geleden dat ik mijn familie van herkomst, mijn moeder en mijn tweelingzus, zo dichtbij voelde.
Natuurlijk zijn zij al lange tijd niet meer fysiek bij mij. Mijn zus is al meer dan twintig jaar geleden overleden en mijn moeder inmiddels bijna drie jaar geleden. En toch waren ze daar, in dat ene moment.
Niet zichtbaar.
Niet tastbaar.
Maar voelbaar.
Zo dichtbij dat ik mijn moeder en mijn zus bijna kon ruiken. Zo dichtbij dat de gedachte om hen te bellen heel vanzelfsprekend voelde.
En terwijl ik daar nu op terugkijk, besef ik dat het misschien niet alleen ging over hen missen.
Het ging ook over iets veel groters.
Heel even voelde het alsof mijn oorspronkelijke gezin weer compleet was.
Mijn moeder.
Mijn tweelingzus.
En ik.
Heel even voelde ik ons weer samen.
En misschien is dat ook waarom het me zo diep raakt. Omdat ik mij in dat ene moment, ondanks het verdriet en het gemis, ook heel voelde.
Alsof er iets in mij weer even op zijn plek viel.
Mijn moeder heeft haar plek.
Mijn zus heeft haar plek.
En ik heb mijn plek.
In dat grotere geheel.
In mijn familie van herkomst.
Ook al zijn zij niet meer fysiek hier, ze blijven onderdeel van mijn oorsprong. Van mijn geschiedenis. Van het leven waaruit ik voort ben gekomen.
En misschien is dat wel wat mij zo raakt.
Dat ik hen niet kwijt ben in de betekenis van mijn leven.
Ik kan hen niet meer bellen.
Niet meer aanraken.
Niet meer zomaar vragen hoe het gaat.
Maar dat betekent niet dat alles verdwenen is.
De liefde is er geweest.
De verbinding is er geweest.
En alles wat we samen hebben beleefd, heeft een plek in mij.
Misschien was dat wat ik op dat moment zo sterk voelde.
Niet dat het verleden terugkwam.
Maar dat ik weer even verbonden was met mijn herkomst.
Met de plek waar ik vandaan kom.
Met mijn moeder en mijn zus.
En ergens, heel diep vanbinnen, voelde dat alsof ik weer even compleet was.
Niet omdat ik zonder hen niet heel ben.
Maar omdat ik even kon voelen dat zij erbij horen.
Dat ze altijd bij mijn verhaal zullen horen.
Dat ze hun plek hebben.
En dat ik daardoor misschien ook weer iets sterker mijn eigen plek kan innemen.
Hier.
In dit leven.
Op dit moment.
Met alles wat er geweest is.
Met iedereen die erbij hoort.
Ook degenen die we niet meer kunnen zien.
Misschien is dat wel wat mij uiteindelijk het meest raakt.
Dat ik mijzelf niet hoef los te maken van mijn herkomst om verder te kunnen.
Ik mag mijn eigen leven leiden.
Mijn eigen weg gaan.
En tegelijkertijd mag ik erkennen:
Ik kom ergens vandaan.
Ik hoor bij hen.
Zij horen bij mijn verhaal.
En misschien voelde ik me daarom, daar in die auto, heel even zo ontzettend op mijn plek.
Alsof iets wat ik al heel lang niet meer had gevoeld, ineens weer even volledig aanwezig was.
Mijn moeder.
Mijn zus.
En ik.
Samen.
Al was het maar voor één seconde.
En misschien was die ene seconde al genoeg om mij eraan te herinneren dat wat werkelijk onderdeel van je leven is geweest, altijd een plek mag houden.
In je herinnering.
In je hart.
En soms, heel onverwacht, gewoon even in een gevoel.
Een gevoel dat je raakt.
Een gevoel dat je laat huilen.
Maar ook een gevoel dat je heel even weer heel maakt.
Gun jezelf deze zomer een moment van rust

De zomer is voor mij altijd een periode waarin ik bewust een stapje terug doe. Na een mooi en intens seizoen met sessies, workshops en ontmoetingen sluit ik de praktijk een paar weken om zelf ook op te laden, te genieten van mijn gezin en de ruimte te nemen om weer nieuwe inspiratie op te doen.
Juist omdat ik weet hoe waardevol het is om af en toe even stil te staan, wilde ik ook tijdens mijn vakantie iets voor jou achterlaten.
Niet omdat je deze zomer aan jezelf moet werken, maar omdat een klein moment van rust soms al genoeg is om weer thuis te komen bij jezelf.
Daarom vind je op mijn website verschillende gratis SoulSpirit Yoga Nidra's. Elke Yoga Nidra heeft een eigen thema en bij elk thema kun je eerst een korte zelftest doen. Zo ontdek je hoe loyaal jij bent of hoeveel vertrouwen jij hebt in dat je wordt gedragen door het leven of hoeveel zelfzorg jij naar jezelf hebt en hoe autonoom jij leeft bijvoorbeeld.
Check welk thema op dit moment het beste bij jou past (misschien wel allemaal) en start daar.
Je kunt kiezen uit de thema's:
✨ Autonomie – Durf jij trouw te blijven aan jezelf?
✨ Vertrouwen – Kun je ontspannen en je laten dragen door het leven?
✨ Loyaliteit – Ben je loyaal aan jezelf of vooral aan de verwachtingen van anderen?
✨ Zelfzorg – Geef jij jezelf werkelijk de aandacht die je zo gemakkelijk aan anderen geeft?
De zelftesten zijn er niet om goed of fout te scoren. Ze zijn een uitnodiging om even eerlijk naar jezelf te kijken.
Neem een moment voor jezelf. Zoek een rustige plek, zet je telefoon op stil en laat je meenemen in een diepe ontspanning. Je hoeft niets te bereiken. Niets op te lossen. Alleen maar even te zijn.
Misschien is dat wel het mooiste cadeau dat je jezelf deze zomer kunt geven.
Ik wens je een heerlijke zomer vol kleine momenten van rust, verbinding en bewustwording.
En wie weet zie ik je na de zomer weer terug in mijn praktijk bij Soulspirit.
Liefs,
Lilian
SoulSpirit



stuur door
website maken